Wachtwoord vergeten?

13. Cantatrix en de Johannes Passion

Cantatrix staat garant voor een indrukwekkende uitvoering.

Het ensemble behaalde in 2009 in Italië de 1e prijs op het Concorso Internationale C.A. Seghizzi met hun Bach vertolking van het motet “Lobet den Herrn”. De Johannes Passion past bij het koor vanwege de felheid en ingetogenheid die het stuk vraagt. Cantatrix is in staat om zowel het krachtige geluid te produceren dat soms in oratoria is vereist, als ook het intieme geluid dat bij een kamerkoor past.

Cantatrix voerde dit schitterende werk uit op plaatsen waar het hoort: in een kerkakoestiek met een authentiek gezelschap in eeuwenoude gebouwen dat herinnert aan de muzikale rijkdommen van weleer. Hiermee gaat een lang gekoesterde wens van veel zangers en publiek in vervulling. 

De solisten waren: Elise Caluwaerts(sopraan), André Post (tenor- Evangelist), Pierre Mak (bas-Christus), Albert van Ommen (tenor) Daniël Elgersma (countertenor), Robert Brouwer (bas). Verteller: hymnoloog Jan Luth.

 Het barokensemble Il-Concerto Barocco begeleidde het geheel op authentieke instrumenten.

Vrijdag         25 maart      20.00 uur     Hoofdstraatkerk     Hoogeveen

Zaterdag      26 maart      20.00 uur     Martinikerk            Groningen

Zondag         27 maart      15.00 uur     Geertekerk            Utrecht

Maandag      28 maart      20.00 uur     Grote Kerk             Dokkum

Bach’s Johannes Passion: Drama en godsvertrouwen

Voor het conservatieve, orthodoxe Leipzig waren de eenvoudige passies van de oude Thomas-cantor Johann Kuhnau wel modern genoeg. En toen Bach hem opvolgde moest hij het stadsbestuur dan ook beloven geen opera-achtige stukken te schrijven, maar integendeel muziek die de toehoorders zou stichten. Stichtelijk bleek Bach’s werk inderdaad, maar geheel zonder drama bepaald niet. En zijn Johannes Passion zou de Mattheus daarin nog overtreffen. 

Tussen het majestueuze openingskoor ‘Herr unser Herrscher’ en het verwachtingsvolle slotkoraal ‘Ach Herr, lass dein lieb’ Engelein’ geeft Bach ons in zijn Johannes een duidelijk anders georiënteerd oratorium dan in de Mattheus. In zijn tekstkeuze legt hij de nadruk op Jezus als zoon Gods, vol vertrouwen tot zijn voorzegde einde, terwijl de passie naar Mattheus hem vooral angst en pijn toeschrijft. Ook in compositorisch opzicht zijn er basisverschillen: de Johannes is een veel dramatischer werk, met turba’s waarin het jodenvolk zich allengs opzweept van spot en hoon naar een waanzinnige woede. Bijzonder opwindend is - onder veel meer - ook het herhaalde ‘kreuzige, kreuzige’ van het koor en het flitsende ‘wohin ? nach Golgotha’ tussen koor en bas.

Maar niet alles is snelheid en opwinding. Bach biedt ook schitterende toonschilderingen en harmonische wondertjes. Luister naar het ‘und weinete bitterlich’ van de evangelist als Petrus zich herinnert dat Jezus zijn verraad voorspeld heeft, en naar de verbluffende modulaties in het slotkoraal van het eerste deel. En vol vertrouwen eindigt Bach met Jesu Christ erhöre mich, ich will dich preisen ewiglich!