
(concert voor koor en orkest)
Het is weer voorjaar, en dus ook passietijd. In veel kerken en concertzalen staan Bach’s Johannes en Matthäus passies op het programma. Een traditie die, wat de Matthäus betreft, teruggaat tot de tijd dat Mendelssohn die na jaren van verwaarlozing in 1829 in Berlijn weer onder het stof vandaan haalde.
Maar er is natuurlijk meer muziek die direct of indirect met het lijdensverhaal in verband gebracht kan worden. Bach zelf verlangt in Komm, Jesu, komm naar de Heiland als de waarheid en het leven. Er is muziek die mede lijdt met Maria bij de kruisiging, muziek die het hoofd vol bloed en wonden bezingt, maar ook muziek die Jezus looft, dankt en prijst om zijn ultieme offer.
Maar ondanks alle variëteit in fascinerende muzikale onderwerpen en stijlen kunnen we toch niet om de grote Bach heen.
Het programma:
(de kruisiging)
Wer nur den Lieben Felix Mendelssohn
Chaconne Henry Purcell / Benjamin Britten
Hear my prayer Henry Purcell / Sven Sandström
Vinea mea electa Francis Poulenc
Jesu meine Freude J. S. Bach
(de dood)
Komm, Jesu komm J.S. Bach
Tenebrae factae sunt Francis Poulenc
Mitte manum * James MacMillan
Agnus dei (adagio for strings) Samuel Barber
(begrafenis) O Haupt voll Blut und Wunden Felix Mendelssohn
*= Nederlandse première
Dirigent: Simon Phipps.
Verder werken mee: "het orkest v.d. 20ste eeuw”
Elise Caluwaerts (sopraan)
Frank Hermans (bar.)
Jaap Hoekstra (tenor)
Daniel Elgesma (countertenor)
De concerten zijn op: Vrijdag 23 maart in de Martinikerk te Groningen (20.15 uur)
Zaterdag 24 maart in de Willibrorduskerk te Utrecht (20.15 uur)
Zondag 25 maart in de Grote Kerk te Dokkum (16.00 uur)
Simon Phipps werd in Londen geboren. Hij kreeg zijn eerste muzikale opleiding als koorzanger bij New College, Oxford. Al snel werd hij Choral Scholar aan het King's College, Cambridge. Hij ging zang studeren aan de Guildhall School in Londen. Hij vervolgde zijn studie in München en Manchester waar hij directie studeerde, hij debuteerde als dirigent in 1985 bij de Gothenburg Opera.
De volgende tien jaar waren grotendeels gewijd aan opera’s met producties bij Sadlers Wells en the English National Opera in Londen, Krefeld in Duitsland, en Malmö in Zweden. In 1994 is Simon Phipps naar Zweden verhuisd en sinds die tijd woont hij in Göteborg. Hoewel de opera nog steeds een groot onderdeel van zijn carrière uitmaakt (sinds 2003 is hij artistiek directeur van Läckö Opera Festival en in november 2005 dirigeerde hij de Scandinavische première van Britten’s Paul Bunyan, in Göteborg), wordt het werken met koor en orkest steeds belangrijker voor hem.
Simon Phipps heeft met bijna alle orkesten van Zweden gewerkt, waaronder het Koninklijk Filharmonisch Orkest en het Göthenborg’s Symphonie Orkest. Zijn koor ‘Simon Phipps Vokalensemble’ heeft zich onderscheiden als een van Zweden’s beste kamerkoren en won prijzen op vele internationale concoursen. Zo wonnen ze de 1e prijs op het prestigieuze festival in Marktoberdorf, Duitsland, (mei 2005). In 2006 werd het koor gekozen tot ‘Koor van het jaar’ In 2007 won het de Grand Prix alsmede vier 1e prijzen op Florilège Vocale de Tours (Frankrijk). Vanaf 2007 heet het koor ‘The Swedish Chamber Choir’. En ook in 2011 was hij met dit koor bijzonder succesvol, ze wonnen drie 1e prijzen in Tolosa (Sp.)
Mendelssohn groeide op in voor een musicus wellicht ideale materiële en culturele omstandigheden. Hij werd geboren in Hamburg op 3 februari 1809; zijn vader was bankier, zijn moeder uitermate artistiek en literair begaafd en zijn grootvader Mozes Mendelssohn was een bekend Joods filosoof. In 1812 verhuist de familie naar Berlijn, en in 1816 "bekeert" ze zich tot het lutheranisme. In Berlijn volgt Felix muzieklessen bij de grootste namen uit die periode: Berger voor piano, Hennings voor viool en Zelter voor theorie. Die laatste brengt hem een grote verering bij voor Bach, en geruggesteund door het vaderlijk kapitaal, organiseert Mendelssohn op zijn twintig voor het eerst sedert Bachs dood een uitvoering van de "Matthäuspassion". Intussen was hij opgegroeid tot wellicht de veelzijdigste componist uit de negentiende eeuw; hij had evenveel aanleg en belangstelling voor literatuur, talen, wetenschap, schilderkunst, sport en schaken als voor muziek. Op zijn zeventien componeert hij reeds de enig mooie "Sommernachtstraum"-ouverture, en in het begin van de dertiger jaren onderneemt hij enkele grote reizen naar Italië, Engeland en Frankrijk waar hij Liszt en Berlioz ontmoet. In 1833 is hij muziekdirecteur van de stad Düsseldorf, twee jaar later dirigent en conservatoriumdirecteur in Leipzig, en in 1841 en 1842 "Generalmusikdirektor" in Berlijn. Intussen had hij nog de tijd gevonden om in 1837 te huwen.
Dat alles was duidelijke te veel voor zijn gezondheid, temeer daar hij een eerder zwak gestel had. Door oververmoeidheid is hij een tijdlang doof; hij geneest, maar blijkt toch teveel van zichzelf gevergd te hebben en sterft op 38-jarige leeftijd op 4 november 1847 in Leipzig aan een reeks hartaanvallen
Wie tegenwoordig aan passiemuziek denkt, denkt meteen aan de twee grote passies van Johann Sebastian Bach. Dat is logisch, omdat dit twee van de meest prachtige stukken uit de muziekgeschiedenis zijn. Maar het is ook jammer, omdat de passiemuziek van andere componisten haast vanzelfsprekend in de schaduw komt te staan.
Na de dood van Bach was zijn muziek lange tijd vergeten. Mendelssohn heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de herontdekking van Bachs muziek. Hij organiseerde in Berlijn de eerste uitvoering van de Mattheuspassion sinds Bachs dood. Mendelssohn is duidelijk geïnspireerd en beïnvloed door Bach. In zijn muzikale stijl wijkt hij echter totaal van Bach af en geeft hij zijn muziek een hele eigen, 19e eeuwse identiteit.
Mendelssohn componeerde zijn koraalcantate O Haupt voll Blut und Wunden nadat hij een schilderij van Antonio del Castillo had gezien, waarop Johannes en Maria terugkeren van Golgotha na de kruisiging van Jesus. Het eerste en het laatste deel van de cantate zijn letterlijk gebaseerd op het bekende koraal O Haupt voll Blut und Wunden.
Samuel Barber (1981) was een Amerikaanse componist en muziekpedagoog. Jonger dan Arnold Schönberg, Alban Berg of zijn landgenoot Charles Ives behoorde Barber nooit tot de muzikale avant-garde. Zijn oeuvre kan als post-romantisch beschouwd worden, harmonisch schept hij, uit wat de 19e eeuw heeft opgeleverd, qua vorm maakt hij veel van de sonatevorm gebruik (vooral in zijn symfonieën), ook als hij de uitdrukkingsmiddelen vanaf de jaren '40 uitbreidt.
Barbers Adagio for Strings is een bewerking voor strijkorkest van het tweede deel van zijn Eerste Strijkkwartet uit 1936. In januari 1938 stuurde Barber de partituur naar de dirigent Arturo Toscanini. Toscanini stuurde het stuk terug zonder commentaar, waardoor Barber geagiteerd raakte. Hierop liet Toscanini via een vriend weten dat hij het stuk al in zijn geheugen op had geslagen. De première vond plaats op 5 november 1938 in New York. De première werd verzorgd door het NBC Symfonieorkest onder leiding van Toscanini.
Barber bewerkte het stuk in 1967 ook voor een achtstemmig koor op de tekst van het Agnus Dei. Dit muziekstuk is ook zeer bekend dankzij de film Platoon van Oliver Stone.
Het stuk wordt ook gebruikt in het game-of-the-year 1999 computerspel Homeworld, waar het voornamelijk wordt gespeeld gedurende de tussenfilmpjes.
MacMillan (1959 Kilwinning North Ayrshire) studeerde compositie aan de Universiteit van Edinburgh bij Rita McAlister en aan Durham University bij John Casken. Hij haalde zijn PhD- graad in 1987.
Hij doceerde muziekles aan de Universiteit van Manchester van 1986 tot 1988. Na zijn studies ging hij terug naar Schotland, alwaar hij veel componeerde. Hij werd de thuiscomponist van het Scottish Chamber Orchestra, en nam deel aan leerprojecten in klassieke muziek. Door deze arbeid kwam hij in contact met BBC Scottish Symphony Orchestra, die van zijn werkThe confession of Isobel Gowdie de première gaf op de Proms in 1990. Zijn werk is doorspekt met zowel politieke, spirituele als religieuze invloeden. Daarnaast gebruikt hij ook Schotse traditionele muziek. Zijn muziek wordt gekenmerkt door een kleurrijke orkestratie en bekende thema's waardoor zijn muziek makkelijker toegankelijk is dan menig ander avant-garde componist.
In 2000 wordt MacMillan tot 2009 benoemd tot dirigent en thuiscomponist van de BBC Philharmonic. Onlangs werd hij (mede-)beschermheer van het Londen Oratory School Schola Cantorum. Sinds 2010-2011 is hij vaste gastdirigent van de Radio Kamer Filharmonie.
De laatste jaren is James MacMillan betrokken geweest bij een liturgisch project met Alan Tavener, de directeur van Cappella Nova en werkzaam aan de University of Strathclyde (Glasgow). Hij bezocht regelmatig de St Columba’s Church Maryhill en hier componeerde MacMillan zijn 11 motetten van Strathclyde.
Hij maakt gebruik van eenvoudige middelen om de juiste atmosfeer of stemmingen op te roepen Het is het huwelijk van oude en moderne muziek en dat maakt deze muziek zo onweerstaanbaar.
De partituur van het orkest van de 20ste eeuw. De toonaard waarin we spelen.
Het orkest van de 20ste eeuw is een nieuwe en verfrissende formule die muziek van topkwaliteit brengt en tevens ook ruimere mogelijkheden biedt voor de muzikanten zelf. Het orkest verenigt jonge topmusici en masters uit heel Nederland die zich engageren binnen dit orkest. Op die manier krijgen zij de kans zich internationaal verder te ontplooien.
Hetzelfde geldt voor de gevestigde en/of beloftevolle solisten die meteen hun talent kun tonen tot ver buiten de landsgrenzen
Het orkest concerteert in verschillende opstellingen en heeft de grote klassieke meesterwerken als rode draad.